rio de janeiro, stad van extremen

Ik ben in Rio. Stad van de extremen. Niet dat ik dat gehoord heb, voordat ik hier kwam, ik merk het nu ik hier ben.
De taxichauffeur aan wie ik het adres van mijn hostel vertel, kijkt me eerst verbaasd aan, dan schudt hij zijn hoofd en vertelt me dat hij daar niet heen rijdt. Ik lees in de app van Gabriel, de host, dat taxichauffeurs dat wel eens zeggen en noem de plek die Gabriel me vervolgens als tip geeft. De chauffeur haalt zijn schouders op en begint te rijden. Hij blijft zijn hoofd schudden.

IMG_9447Hij zet me af op een pleintje in de wijk Leme. Een donkere jongen haalt me op. Hij spreekt alleen maar Portugees, slaapt als bewaker in het hostel en rookt zijn wiet zonder tabak. Dat vertelt hij allemaal niet bij de eerste kennismaking, hij zegt geen woord. Wel noemt hij zijn naam, Rafael, waardoor ik een gevoel krijg alsof ik daadwerkelijk dichter bij God terechtkom. We klimmen een eindeloze hoeveelheid trapjes op, langs stenen blokjes met een golfplaten dak en langs de goten waarin de uitwerpselen langs komen en bloemen groeien, en komen in het hostel, dat niet misstaat in de omgeving. Vanuit de keuken, die volledig open is en waar de salamanders tegen de muur oplopen, kan je de hele Copacabana zien liggen. Het is een uitzicht waar je drie kopjes thee lang van kan genieten.
Mijn bed staat met acht andere bedden in een enorme kamer met een open raam. Dat wil zeggen opening, het raam bevat geen glazen ruit.

IMG_9512De eigenlijke bedenker van het hostel is Gabriel. Hij weet dat mensen in favela’s gewoon mensen zijn, die gezien willen worden, erkend willen worden als mens. Daarom heeft hij een sporthal gemaakt en leidt hij kinderen in de wijk op in een bateria, een drumband voor de carnavalsoptocht. Mensen uit favela’s mogen daar niet in meelopen. Maar de jongens van deze bateria wel. En daarom maakte hij een hostel. Toeristen kunnen met eigen ogen deze mensen aankijken en erkennen dat ook zij gewoon doelen, dromen en idealen hebben, ook al drijven hun drollen langs de bloemen en hun huis, ook al lopen ze op een schoen omdat die ander kapot is, ook al tappen ze hun elektriciteit af bij de hotels aan de Copacabana.

IMG_9240Lau en Thi zijn op doorreis. Ze hebben een paar maanden in de binnenlanden van Brazilie gewerkt en nu doen ze nog vijf weken Rio. Ze zijn hier al een tijdje thuis in het hostel en proberen het me vanaf mijn aankomst naar de zin te maken. Lau is toch soep aan het koken, wil ik ook wat. Thi schudt zijn hoofd als ze zegt dat het nog even duurt. Hij heeft honger, en dat snap ik, want hij rookt intussen zijn tweede joint. Overigens met tabak, dus Rafael hoeft niet meer. Die moet ervan hoesten. Lau komt uit Parijs, maar is half Spaans. Thi is Portugees en schaamt zich voor zijn Engels, dat prima te verstaan is. Hij laat me op een kaart op tafel zien hoe ik morgen bij de Suikerbroodberg moet komen, tegen de avond, want de zonsondergang is zo mooi daar.

IMG_9237De Suikerbroodberg is een enorme puist aan de oostkust van Rio de Janeiro. Met de kabelbaan ga je over het water naar de top van de berg. Het uitzicht is inderdaad betoverend. Je kunt Rio in al zijn extremen beneden zien liggen. De stranden, de bergen eromheen, de haven in het midden, met alle plezierjachten netjes verdeeld over het water, het vliegveld, waarvandaan elke minuut een vliegtuig opstijgt, de favela’s waar mensen wachten om gezien te worden als mens, de stad die stinkend onder de late zonnestralen ligt te zoemen van de opkomende drukte. De mensen gaan naar huis vanaf hun werk, de mensen gaan het terras op en gaan dansen. De zon gaat achter de bergen aan de overkant onder en Jezus steekt op een van die bergen zwart af als een kruis in de verte.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAIMG_9261IMG_9264De volgende dag loop ik langs de boulevard van de Copacabana. Het zand is wit, de zee azuurblauw, de golven immens hoog en de palmbomen ontnemen het zicht richting zee. De zon brandt intussen behoorlijk door. Er wordt over de tegels in het bekende motief geskate en geskeelerd. Meiden zijn sterk, bruin en groot. Jongens gespierd, groot en bruin. Nou ja, allebei dus. Gele bikini’s, grote spieren, roze zwembroeken.

De jongens die ik in het hostel heb leren kennen en die meelopen, weten toevallig dat hier elk jaar met oud en nieuw iedereen in het wit naartoe gaat om twaalf uur. En dat is magisch. En over drie weken, dus dat heb ik weer een beetje slecht gepland.
We gaan om de beurt in zee, want onze fototoestellen zijn veel waard en dat vertrouwen we niet met deze criminele stad. De golven zijn groter dan ikzelf en buiten adem kom ik er weer uit. Ik koop een sjaal bij een strandverkoper die, hoe is het mogelijk, de hele dag door het hete zand heen banjert. Ik droog me af en ga op de sjaal zitten. Als de zon niet zo brandde, kon ik hier uren zitten kijken.

Het strandje verderop zou me een prachtige zonsondergang geven. Ik moet een behoorlijk eind lopen en ik moet ook nog terug als het dus alweer donker is. Maar ik moet het doen, vindt Lau. Ik neem de hele middag de tijd om naar het strandje te lopen en blijf daar een tijdje zitten tot de zon begint te dalen. De golven zijn wat minder hoog dan gisteren, maar nog altijd aantrekkelijk voor de surfers, ook omdat het licht zo fijn is. Ik maak de meest bijzondere foto’s, geniet urenlang van het licht en loop op vleugels terug. In het donker. Door de straten van Rio. En door de favela omhoog.

Even raak ik de weg kwijt. Maar een man stuurt me vanaf zijn woning in het Portugees de goede kant op. ‘Jij hoort toch bij dat hostel van Gabriel?’ Ik kijk hem aan en lach. ‘Ik zag het aan je rode huid,’ knipoogt hij.

Ik ga vroeg naar het Jezusbeeld, want Elena heeft gisteren drie uur in de brandende zon in de rij staan wachten. Als je gelijk gaat als het opengaat, dan heb je niet zo’n lange rij. Het is waar wat ze zeggen en ik ben zo blij met die tip. In het Zwitserse karretje ga ik met een zooi aan Aziaten omhoog. Ik weet dan weer niet dat je ook in het hoofd van Jezus kan en fotografeer alleen vanaf zijn voeten. Echter, het uitzicht van de Suikerbroodberg haalt het hier niet bij. Iedereen staat te selfiesticken en ik ben er eigenlijk na een half uurtje weer klaar mee. Ik vertrek weer naar beneden en heb de hele dag nog voor me.

Er is verder geen waarschuwing, voor de enorme regenbui die ineens losbarst. Alleen de mensen die ineens hun golfplaten dakjes met stenen bebouwen en de blaffende honden. Maar die honden die blaffen altijd. Dus dat zegt verder niks.
Boven de Copacabana is ineens, zonder waarschuwing dus, een enorm wolkenpakket waarneembaar. Zwart.
Nog geen drie minuten later hoost het. Het hoost op het strand en op de zwembaden bovenop de hotels en het hoost op de daakjes van de favela.

De schietpartij gebeurt in mijn laatste nacht daar. Met acht op een kamer. En als de ratelslangen klinken, parapapapa, hoor ik plotseling de gelijkmatige ademhaling, die ik de hele nacht al hoor, stilvallen. Stil is het in de slaapkamer, er beweegt niets. Iedereen ademt stil verder. Iedereen is wakker. Ik bedenk me ineens, als ik tegen de muur aan lig te kijken, dat er geen ruiten zitten in de ramen. Ik ben niet dom, het gaat me niet om de kogels, die zouden door glas ook wel heen gaan, maar ik ben bang dat de voortvluchtige drugskoerier die de bende op de hielen zit nu door ons raam naar binnen zou kunnen komen.
De sirenes komen van ver, er klinken meer schoten. Ze gaan ook weer ver. Ik overtuig mezelf ervan dat ze niet in deze favela zitten. Waar ze ook zitten. Het gevaar is geweken.
Als ik de volgende dag bovenkom, de zon schijnt vanaf de suikerbroodberg alweer over de Copacabana, spreekt om de beurt iedereen over de schietpartij. Een jongen spreekt alleen maar Frans. En is daarin zijn verbazing aan het uitspreken. Uit ons enthousiasme klinkt ook de angst door.
Rafael lacht schaapachtig zijn tandvlees bloot en haalt zijn schouders op. Zo gaat het hier nu eenmaal. Thi komt krabbend aan zijn boxershort naar boven. Hij schenkt het laatste beetje koffie in dat Elena had gezet. Een gedoe is koud water, met die waterfilter en het waterhalen van Rafael. Drinken van het water uit de leidingen is geen goed idee. Het kan goed water zijn, heeft Gabriel uitgelegd, maar het kan ook helemaal fout zijn. Je weet hier nooit waar het vandaan gekomen is. Maar koffiewater wordt gekookt en dus maakt het niet uit. Koffie is niet zoveel werk als het water voor koud water en limonade.
Zoals Elena koffiezet, met zoveel toewijding en overgave aan de taak. Ze heeft een shirt van mij aan. Ik dacht dat ik met een rode huid zat, na die opmerking van de wijkbewoner eergisteren. De zon is ongekend heftig hier. Maar zij, heeft de blaren op d’r schouders staan en heeft geen schouderbedekkende kleding bij zich. Ze wilde zo de straat op gaan, maar Lau heeft het haar verboden. Ze draagt al maanden over de hele wereld drie koffers vol kleding met zich mee, maar ze heeft niks met mouwtjes. Nu heeft ze mijn shirt aan. Ik zie haar in die onbeholpenheid, ze kan koffie zetten, ze kan vloeken als een bootwerker, maar ze kan in sommige dingen niet in haar zelfverzorging voorzien.
Thi neemt nog altijd krabbend een kop koffie en vraagt lachend waar we het over hebben. Hij staat aan de rand van het keukenterras over de favela uit te kijken.
‘Een shooting? Welke shooting?’ Hij heeft niets gehoord.

IMG_9457

Advertenties

2 gedachten over “rio de janeiro, stad van extremen”

  1. Wat een mooi verhaal Lootens. Ik luisterde net naar Nirvana van Bukowski, voorgedragen door Tom Waits. In dat tempo las ik ook je verhaal. Doet me goed, magisch. Alles is prachtig!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s