de bibliotheek van Buenos Aires

Soms schrijf ik in de bibliotheek. Ik kan er rustig werken. Mensen zitten daar te studeren of te lezen of te werken aan een boek. Daar pas ik tussen.

Het binnengaan van een bibliotheek in een land waar het communisme nooit helemaal verdwenen is, is een heel avontuur. Allereerst moet je jezelf melden bij de balie. Daar moet je je paspoort geven aan de mevrouw met de make up en het gestijlde haar, die je in het systeem opzoekt. Als je nog niet in het systeem staat, zet de mevrouw je in het systeem. Ze vraagt ook naar welke verdieping je gaat. Je moet even wachten tot het systeem klaar is met denken. Dan krijg je een bonnetje. Daarop staat in blokletters je naam. LOOTENS, JANN, staat er bij mij. Met dat bonnetje ga je door de beveiligingspoortjes. Daarna ga je om de beveiligingspoortjes weer terug naar de beveiliger, met een iets te kleine broek aan, aan wie je vertelt dat je een computer bij je hebt. Je laat de computer even zien, in de hoes. Je hoeft hem niet uit de hoes te halen. Je moet vertellen welk type computer je hebt en dan vraagt ze je bonnetje. In haar grote boek schrijft ze je naam op en je computer en je verdieping. LOOTENSJANNMAC6. Ze krabbelt ook nog een code op je bonnetje waarna je met de lift naar de zesde mag gaan. Wat de code betekent is mij niet duidelijk.

Er wordt niet gecontroleerd naar welke verdieping je gaat. Verdieping 4 is verboden terrein en daar kun je dus met de lift ook niet heen. Op verdieping 4 staan de oudste boeken van het land en dat is dus de schatkamer van Buenos Aires. Daar hebben ze liever niemand rondneuzen.

Als je uitstapt bij verdieping 6 kun je plaatsnemen aan een van de grote tafels. Alleen op verdieping 6 kun je eten en drinken terwijl je werkt. Hier stikt het van de mensen die naast hun computer een thermosfles hebben staan. Heet water. Voor de mate. Er is een prullenbak in de hele zaal. Daarin worden alle mate-hierba weggegooid.

Als je iets anders wilt eten dan crackers, zoals empanada’s, of je wilt roken, dan ga je weer naar beneden. Als je een vriendin hebt die niets hoeft te eten, en die dus op de zesde verdieping blijft, kun je bij haar je computer achterlaten. (Niet aan te raden als je alleen bent). Je komt langs de beveiliger aan wie je je bonnetje weer laat zien. Dat je nu je computer niet bij je hebt, maakt haar niet uit. Je levert je bonnetje in en je krijgt een nummertje van haar. Hetzelfde nummertje plakt ze op je bonnetje. Het beplakte bonnetje legt ze op een stapeltje. Met het nummertje kun je naar buiten. Als je je empanada helemaal ophebt en je hebt weer hernieuwde inspiratie gekregen van de wind die onder de bibliotheek doorraast, dan ga je weer naar binnen. Je geeft het nummertje weer aan de beveiliger die tussen de andere bonnetjes naar jouw bonnetje zoekt (het zou niet zo moeilijk moeten zijn, ze liggen immers op nummer) en je eigen bonnetje weer geeft. Dan ga je weer naar de zesde.

Als je weer helemaal klaar bent met werken en je bent van plan huiswaarts te keren, geef je de beveiliger voor de laatste keer je bonnetje. Zij knikt en wenst je een fijne dag. Waarom iemand moest weten welke computer ik had, is mij een volslagen raadsel.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s