lootens

– oorspronkelijk gepost op 13-07-14 op schrijfboek.blogspot.nl

naar aanleiding van mijn afscheidsfeest na acht jaar docent te zijn geweest op het IJsselcollege

 

‘Lootens’

Toen ik een jaar of veertien was, had ik een hekel aan mijn naam. Ik had maar één naam, geen doopnaam en ook nog een achternaam die niks was. Lootens is niks. Het komt nergens vandaan. Het is niet logisch. Dat hoort bij de leeftijd, zou ik nu zeggen als het over iemand anders ging, maar bij mij was het een existentieel probleem. Ik wilde geen Janneke zijn. Een Janneke was boers, tuttig en verlegen. Dat was ik ook, maar daar wilde ik vanaf.

Als ik mezelf voorstelde, vroeg iedereen ‘waar is Jip’. Dat vond ik natuurlijk een beetje flauw, maar in die tijd wist ik nog niet dat mensen als ze niks weten te zeggen, toch iets belachelijks zeggen, omdat ze het zo fijn vinden zichzelf te horen praten. Om die mensen de wind uit de zeilen te nemen, nam ik deze naam als geuzennaam aan. Mijn kortgeschreven stukjes in agenda’s bij klasgenoten (we hadden geen whatsapp) ondertekende ik met ‘Jip’.

Een ander geval was mijn achternaam. Ik kon er niets mee. Om mijzelf te laten wennen aan mijn achternaam, stelde ik me soms voor dat ik een voetballer was. Die worden vaak bij hun achternaam genoemd. Ik had niet het idee dat het hielp.

Toen ik acht jaar geleden op het IJsselcollege kwam werken, was ik klaar net klaar met studeren. Ik was onzeker van mijn kunnen als docent, maar werd liefdevol ontvangen. Nathassia Ligeon, Surinaamse moeder van drie mensen van mijn leeftijd, adopteerde me als dochter en ruimde de gevolgen van mijn onkunde op, nog voor de schoolleiding ervan hoorde. Ze sprak met leerlingen, met collega’s en met ouders als er iets mis was gegaan in de les en ik mocht rustig in mijn rol als docent groeien.

Ze verzekerde me ervan dat het goed ging komen, want ze zag dat ik rechtop liep als ik door de gangen liep. “Je bent zo nuchter als je naam doet vermoeden,” sprak ze. Ik glimlachte. Het zal wel.

Na twee jaar modderen in de brugklassen, mocht ik het eindelijk in de bovenbouw gaan proberen. Wat een verademing. De leerlingen van 4havo en 4vwo maakten het me op een heel andere manier moeilijk. Ze verwachtten dat ik iets te vertellen had. Als ik het niet wist, wie dan wel, was hun insteek. Ik genoot van het leren daar. Ik merkte namelijk dat ik inderdaad iets te vertellen had.

Ik moest wel wennen aan de titel ‘mevrouw’. Ik was 24 en voelde me geen mevrouw. Maar 4havo had de afstand hard nodig, werd me gezegd. Toen ik op een dag de metro nam naar huis, stonden Sjaqiel en Ashfaaq daar op het perron. Schatten van 4havo-leerlingen, maar ze deden wel hun best intimiderend over te komen. “Hee mevrouw!” riepen ze enthousiast toen ze mij zagen. De andere mensen op het perron keken verbaasd op naar de twee en daarna met open mond mijn kant op.

In 5vwo, een klas die ik niet had, werd dankbaar gebruik gemaakt van mijn leven als student in de afgelopen jaren. Ik moest mee op zeilreis. Mijn groep van 17 op een boot was divers en ik voorzag grote problemen in het groepsproces. Mijn strategie was: vertrouwen geven. Ze mochten alles zelf beslissen, maar moesten zich aan mijn randvoorwaarden houden. Het was een reis om nooit te vergeten. Op de laatste avond, we zaten bij elkaar in de kajuit, nam Nick het woord. “Janneke, het leven is één groot feest. En ik weiger iets anders aan te nemen.” Ik glimlachte. Onthield die zin. Hield me er soms ook stevig aan vast in de jaren die volgden.

Als je het met klasgenoten over een docent hebt, noem je zijn achternaam. Je hebt het over ‘Lootens’ niet over ‘mevrouw Lootens’. Als je tegen een docent praat, spreek je hem aan met ‘meneer’. Ik werd dus aangesproken met ‘mevrouw’. Maar in de loop van de tijd veranderde dat. Ik was een docent tussen de leerlingen. Dus moest ik een voornaam hebben. Maar ‘Janneke’ zeggen zoals Nick dat toen deed, dat ging elke leerling een stapje te ver. Dat hoorde niet. ‘Lootens’ werd mijn voornaam.

De feestcommissie die ik in 2008 opzette met Manon, Robert en Marleen, bleef jarenlang voortbestaan. Ik gaf intussen les aan 4havo tot en met 6vwo en hield me aan mijn strategie. Vertrouwen geven. De commissie organiseerde zoveel mogelijk zelf de feesten, ik probeerde altijd alleen maar te faciliteren. Sam en Milan bedachten de straattaalnaam ‘Loetoe’ in plaats van Lootens. Ik vond het mooi.

Ik was jarenlang brugklasmentor. En brugklasleerlingen zijn twaalf. Ik hield niet van twaalf. Ik kreeg in 2010 een 4vwo mentorklas. En drie jaar lang hield ik die bij me. Het werden mijn kindjes. Mijn werk werd een feestje door die klas. Het was wel een klas die niet veel met straattaal had. ‘Loetoe’ was echt teveel straat. “Loetje,” zei Ruben, als ‘ie kwam vertellen dat ‘ie echt nog uitstel voor z’n scriptie nodig had. Nog steeds beginnen whatsappjes die ik van leerlingen uit die klas krijg met ‘Loet…’.

Afgelopen donderdag had ik een schoolfeest. Een afscheidsfeest. Na acht jaar op het IJsselcollege te hebben gewerkt, ga ik een reis maken. Ik heb verschillende doelen dit jaar. Maar eentje is: weten dat mijn keuzes echt mijn keuzes zijn en aannemen dat ik ben wie ik ben.

Toen het feest veel te vroeg was afgelopen, de muziek stopte en ik eigenlijk wilde weglopen, scandeerden tientallen leerlingen die nog in de zaal stonden “Lootens bedankt.” Ongemakkelijk door zoveel aandacht, maar ontroerd door hun aanhoudend zingen, stond ik daar een beetje te wuiven.

Toen eindelijk iedereen weer beneden stond op het stationsplein in Rotterdam, begon het opnieuw. Ik sloeg het op, verwijderen kan niet meer. Ik hoef geen voetballer meer te worden. Ik ben van mijn naamcomplex af.

Een gedachte over “lootens”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s