zit

De beker staat op tafel. Het boek ligt op tafel. De pen zit in mijn etui. Het is me wat voor de Spaanstaligen. Ze raken er niet over uit gepraat. ‘Waarom maken jullie het zo moeilijk? Waarom moet ik eerst nadenken of een telefoon een kont heeft voordat ik kan bepalen of hij op tafel zit of ligt??’ vraagt een van mijn leerlingen zich hardop af. ‘Dingen zitten niet op tafel. Je telefoon zit in je jaszak, maar nooit op tafel,’ antwoord ik. ‘Maar je kat zit op tafel.’Ze schudt haar hoofd. 

Ik probeer het geduldig nog een keer. 

‘Ik begrijp je,’ knikt ze. ‘Maar mijn kat mag niet op tafel. Hij zit op de vloer.’ 

Advertenties

taal

De huisbaas van het hostel heeft een kastje gekocht. Het staat al twee weken ingepakt tegen de muur van de woonkamer. Hij belooft dagelijks dat hij het in elkaar gaat zetten, maar het gebeurt maar niet.

Eindelijk is het dan zo ver. Hij heeft het pakket opengemaakt en alle schroefjes en boutjes gesorteerd op tafel gelegd. Hij tuurt door zijn leesbril naar het blaadje met instructies.

‘Zal ik helpen?’ stel ik voor. Ik heb in mijn leven wel meer kastjes in elkaar gezet.

‘Nou, dat wordt lastig denk ik. De instructies zijn in Mandarijn. Alles wordt hier onmogelijk gemaakt door die Chinezen.’

Ik kijk op het blaadje. De instructies zijn vrij overzichtelijk. Geschreven in het Spaans.

spel

Eén van mijn Braziliaanse klasgenootjes hangt een onsamenhangend verhaal op in portuñol, een mixje tussen Portugees en Español. Ze ging met haar man relatietherapie en de psych bleek zijn ex te zijn. Ofzo. Geen touw aan vast te knopen. Ook onze meester trok een wenkbrauw op en ging onverstoord verder met de les.
De volgende dag begint de les met een spel. Onze meester deelt de kaartjes uit.
Daar gaat ze weer. Ze heeft thuis een spel met kaartjes van 50 shades of grey. Heel spannend want je speelt het met minimaal drie mensen. Ze kunnen alleen geen derde persoon vinden. Ze lacht zelf het hardst. En als enige.
Meester knikt. ‘Misschien kun je die psycholoog vragen?’ oppert hij droogjes.

tovenaar

Op donderdag gaat de porteño (inwoner van Buenos Aires) afterofficen: bier drinken en spelletjes spelen met vrienden na werktijd. De enige dag die nog gewerkt moet worden is vrijdag en die dag is verwaarloosbaar.
Mijn Spaansklasje volgt dit voorbeeld. De docent is ook mee. Voor hem is het echt afteroffice. Eén van mijn klasgenootjes heeft een Argentijnse vriend bij zich. Hij praat een tijdje met ons en vraagt dan hoe lang Fedérico ons al lesgeeft.
‘Twee weken,’ knikt Fe.
‘Twee weken?!’ vraagt hij met zijn vingers gespreid. ‘Man je bent een tovenaar. Die wijven spreken Spaans als mijn eigen moeder!’