bouillonblokjes

Een Chinees en een Hollander zijn in Buenos Aires. De Chinees heeft een supermarkt en de Hollander is op zoek naar bouillonblokjes.
De Hollander gaat de winkel van de Chinees binnen. Omdat hij het Argentijnse woord voor bouillonblokjes niet weet, legt hij met zijn gebrekkige Spaans uit wat hij wil. Hij beeldt een pan uit en zegt dat het water kookt en om soep te maken moet er wat in wat ongeveer deze grootte heeft in het vierkant.
De Chinees knikt. ‘Si.’ Dan zoekt hij wat achter de kassa en komt terug met een doosje pleisters.

(Noot: moet wel gezegd dat er achter mij een Argentijn stond, die me direct begreep en het woord ‘cubitos’ tegen de Chinees zei. Dat klonk mij als ‘blokjes’, dus ik knikte. Pleisters zijn ‘curitas’. Weet ik veel.)

Advertenties

kat

House of Cards is een ding hier. Iedereen kijkt het. Er is weinig vertrouwen in de politiek en dat wordt . Als hier een politicus zich afhankelijk maakt van andere landen of bedrijven, noemen ze hem ‘gato’, het Spaanse woord voor kat. De oorsprong hiervan ligt in de wereld van de drugs. ‘Macri gato’, staat er op muren gekalkt.
Een muur is door een paar fans helemaal beschilderd met een afbeelding van Frank en Claire Underwood, met eronder ‘Votá (stem) Underwood’ in dezelfde letters die ze gebruiken als ze normaal gesproken aanmoedigen om op presidentskandidaten te stemmen. Eroverheen heeft iemand met rode letters gekalkt: ‘Frank cat’. Misschien was hij bang dat Frank anders niet zou begrijpen wat er bedoeld werd…

dansen

Ik heb een skypegesprek met een groep 7/8 in Nederland. De leerlingen vuren om de beurt hun vragen op me af. Zo heb ik intussen verteld dat voetbal de belangrijkste sport is en dat Argentijnen vooral veel zoete dingen eten en vlees. Weinig groente. Voor een van de jongens klinkt dit als de hemel op aarde. ‘Ik hou van Argentinië,’ komt er uit de grond van zijn hart.
Een meisje vraagt me welke dansen er belangrijk zijn in Buenos Aires. Ik noem wat verschillende dansen op en benadruk dat alle jongens hier dansen, dat het macho is als je kan dansen. Het meisje gaat tevreden zitten. ‘Hou je nu nog steeds van Argentinië?’ mompelt ze richting de jongen.

naartoe

Ik heb voor een leerling een werkblad gevonden waarop in het Nederlands vragen worden gesteld en antwoorden worden gegeven door getekende mensjes. De vragen en antwoorden staan door elkaar en moeten bij elkaar worden gezocht. De mensjes stellen soms voor een Argentijn rare vragen, zoals: ‘Hoe laat gaat de bus?’ (alsof iemand dat weet).
De vraag: ‘Waar ga je naartoe?’ wordt gesteld door een vrouw. Mijn leerling kauwt even op de vraag en schudt dan zijn hoofd. ‘Naartoe??’ Ik vertaal de vraag. ‘Oh,’ knikt hij begrijpend. ‘Vandaar dat ze zo boos kijkt. Dan weet ik ook al welk antwoord erbij hoort.’ Hij wijst een angstige man aan.
En warempel. ‘Naar het café,’ is het antwoord van de man.

de vijfde

Ik geef op maandagmiddag twee uur Engels aan zes meiden op een kantoor. Ze werken voor een internationaal bedrijf en ze moeten Engels spreken tegen hun klanten. Wie had ooit gedacht dat ik nog eens Engels zou geven. Ik niet.
We stappen na de les op de vijfde verdieping in de lift. Zij gaan terug naar de vierde, ik ga naar huis.
Er staan twee mannen in de lift. Op leeftijd.
‘Kan ik jullie even een vraag stellen?’ vraagt de oudste.
We knikken.
‘Hoe komt het toch dat op de vijfde verdieping alleen maar mooie meisjes werken?’
Zonder met haar ogen te knipperen, haalt een van mijn leerlingen haar schouders op. ‘Geen idee. We werken op de vierde.’

broek uit

Ik heb een nieuwe broek gekocht. Nu heb ik, naast mijn jurk nog een outfit om aan te trekken als ik op les geef bij mensen op kantoor. Ik vertel dat trots aan mijn Amerikaanse vriendinnetje. ‘Als het dan wat kouder is, trek ik mijn broek aan,’ leg ik uit, ‘en als het dan wat warmer is…’ Ze knikt. Ze begrijpt blijkbaar dat ik dan mijn jurk wil dragen. ‘Dan trek je je broek uit,’ knikt ze verder met haar begrijpendste gezicht. Toch niet helemaal.

wachtwoord

We hebben nieuw internet, vertelt de host me. En een nieuw wachtwoord. ‘Is het een makkelijk wachtwoord, dit keer?’ vraag ik lachend.
‘Voor jou wel,’ knikt ze.
Terwijl ik zoek op het whiteboard of ik het ergens kan vinden, bromt ze: ‘Het is in het Nederlands.’
Het wachtwoord bestaat uit twee cijfers en vijftien letters. Er komt geen enkele klinker in voor, maar wel 10 keer de letter M.

stef

Een van mijn leerlingen Nederlands krijgt van mij een uitgeschreven situatie voorgeschoteld. Ze moet een afspraak maken in het Nederlands met een oude vriend Stef. Om het niet te moeilijk te maken, zegt Stef overal ‘ja’ op en gaat dan verder met de volgende vraag. Na haar lang overdachte ‘zondagmiddag’, zegt hij dus direct ‘ja, hoe laat?’ Als ze zegt ‘om vier uur,’ antwoordt Stef ‘ja, waar zien we elkaar?’
Ze kijkt me lachend aan. ‘Stef is niet heel moeilijk he, hij heeft altijd tijd.’
De volgende les krijgt ze de vraag of ze wel eens een feest geeft.
‘Elke zondag,’ knikt ze. Liegbeest.
‘Wie komen er dan?’ vraag ik.
‘Stef,’ lacht ze uitdagend. ‘Elke week. Hij heeft altijd tijd.’

regen

Het regent. Hoewel ik weet dat als het hier regent, het ook echt met bakken uit de hemel klettert, verbaas ik me toch over een bepaald geluid.
Ik hoor ineens dat het water ook binnen in het huis stroomt.
De waterval loopt vanaf het balkon langs de houten trap richting de deur. In het betonnen balkon zitten twee pijpjes die het water af moeten voeren, maar die zijn niet gemonteerd op het laagste punt van het balkon. Het laagste punt is bovenaan de trap, het huis in. Er zit niks anders op dan het water een beetje te gaan sturen. Dus ik sta ineens in de stromende regen met de kraan open het water richting de pijpjes te dweilen.

met de bus

Het is acht uur als we naar de bushalte lopen. De zon is intussen onder gegaan, maar de straten en gebouwen, alles van beton, geven nog altijd dezelfde warmte af. Afkoelen doet het hier niet ’s nachts. In de straat achter het station stopt de bus naar Palermo, 166. Vanaf de bushalte kringelt zich een slordige rij van bezwete mannen, wapperende vrouwen en jengelende kinderen over de stoep. We sluiten achteraan in de rij. Zo gaat dat hier. Je wacht op de bus in een rij.
Als de bus na een minuut of vijftien eindelijk aan komt rijden, mijn voeten zijn intussen lekgeprikt door de muggen die je in het donker niet ziet, maar wel voelt, dringen de mensen met kinderen een paar plaatsen voor. Iedereen laat het toe. De rij is heilig, behalve voor bejaarden, zwangeren, slechten ter been en ouders met kinderen. De jongens die in de rij de hitte negeren en hun vriendinnetjes ongeneerd overal betasten zien niet eens dat de hele bende langs hen heen de bus instapt.
Mijn jongen houdt gelukkig wel rekening met de temperatuur en laat het bij een nadrukkelijke maar korte zoen als afscheid. Ik stap in als alle plaatsjes al bezet zijn en vertel de buschauffeur dat ik naar Palermo ga. Meer dan knikken doet hij niet en hij laat ongemerkt het bedrag van 6 en halve peso verschijnen op de machine naast hem. Ik houd mijn ovkaart er tegenaan.
Ik wurm me langs de mensen door het gangpad en zet mijn achterwerk tegen een van de metalen buizen aan, zodat ik in elk geval ergens mijn evenwicht door kan vinden. De buschauffeur zet het gevaarte in beweging en de bus trekt op als een dolle stier. Het lijkt alsof de man de bochten pas heel laat aan ziet komen en overhellend scheurt de bus de bocht om. Bushaltes zijn nauwelijks ergens aan te herkennen, behalve dan aan de sliert mensen die ineens op het voetpad opduikt. Vandaar waarschijnlijk dat de chauffeur ook die haltes pas heel laat opmerkt en dan ineens als een waus op de rem trapt.
Dat ik mijn achterwerk tegen een buis aan heb gedrukt, kan niet voorkomen dat ik mij nog aan twee andere buizen vast moet grijpen en in mijn linkeronderbeen intussen al een kramp trekt. Niet erg, de busreis van Morón naar Palermo duurt slechts een slordige 70 minuten.
Terwijl ik me staande houd aan een van de stangen boven mijn hoofd en de chauffeur weer plotsklaps gas geeft, wordt mijn aandacht getrokken naar een jongen van een jaar of 25 die een jongen van 16 aantikt. Die zat net even lekker met zijn vriendinnetje te knuffelen. Zat. Want daar is de 25-jarige het niet mee eens. Er staat een meisje naast hem. Hij kent haar niet, is niet met haar ingestapt, maar hij heeft gezien dat ze een kind op haar arm draagt. Het kind hangt laveloos in de armen van zijn jonge moeder met zijn open mond nog aan haar blote tepel.
‘Sta eens even je plaatsje af aan haar,’ bromt de ridder in joggingsbroek. De tiener doet vlug wat hem gevraagd wordt.
Het meisje gaat zitten en laat haar slapende peuter op haar schoot rusten. Dat alles doet ze behoorlijk vloeiend, terwijl de chauffeur gierend en toeterend de hoek om stuift. Nog 50 minuten te gaan.