ik zag wat jij niet zag

Ik zag een meisje in een korte broek.
Ik zag een plastic zak die naar beneden uit een raam viel en precies tussen de mensen die onder dat raam doorliepen en hij raakte niemand.
Ik zag een man met zijn vinger op het scherm gedrukt, en zijn ogen vooruit en hij praatte over zijn telefoon heen en zei ‘ik loop nu langs Congreso, ik ben er zo,’ maar hij liep bij Piedras. Dus dat is hetzelfde als zeggen dat je langs Rotown loopt, maar eigenlijk sta je nog bij Centraal. Of je zegt: Ik loop nu Rotterdam Centraal uit, maar eigenlijk sta je nog te douchen in Den Haag. Zoiets.

Advertenties

bouillonblokjes

Een Chinees en een Hollander zijn in Buenos Aires. De Chinees heeft een supermarkt en de Hollander is op zoek naar bouillonblokjes.
De Hollander gaat de winkel van de Chinees binnen. Omdat hij het Argentijnse woord voor bouillonblokjes niet weet, legt hij met zijn gebrekkige Spaans uit wat hij wil. Hij beeldt een pan uit en zegt dat het water kookt en om soep te maken moet er wat in wat ongeveer deze grootte heeft in het vierkant.
De Chinees knikt. ‘Si.’ Dan zoekt hij wat achter de kassa en komt terug met een doosje pleisters.

(Noot: moet wel gezegd dat er achter mij een Argentijn stond, die me direct begreep en het woord ‘cubitos’ tegen de Chinees zei. Dat klonk mij als ‘blokjes’, dus ik knikte. Pleisters zijn ‘curitas’. Weet ik veel.)

zuinig

Ik heb op de warmste dag van het jaar stamppot gemaakt. Omdat hij dat nou eenmaal wel moet proeven. Met rookworst. Ik heb hem uitgelegd van het kuiltje en de jus en nu wil ik hem uitleggen hoe wij vroeger zo’n worst in zessen verdeelden en dat we dan onze worst voor het laatst bewaarden en dan dus heel zuinig deden tijdens het eten.

‘Er is nog meer stamppot, maar er is maar een worst. Dus als je straks nog meer stamppot gaat eten, dan moet je…’ Ik denk even na hoe ik dat het beste in het Spaans kan zeggen.

Hij knikt al. Hij begrijpt wat ik bedoel. ‘… naar de Jumbo lopen om meer worst te halen.’

zingen

San Lorenzo speelt in Rome een vriendschappelijke wedstrijd tegen AS Roma. De fans die naar Rome zijn afgereisd, komen uit Spanje, Italie, Israel en Zweden. Argentijnen die verhuisd zijn naar Europa voor werk of voor de liefde. Hun San Lorenzo speelt eindelijk weer eens bij hen in de buurt. Een man naast me in het stadion komt uit Bologna. Vijftien jaar geleden zag hij zijn favoriete team voor het laatst een wedstrijd spelen.

Op weg naar het stadion is het al uren niet stil geweest. Ze hebben hun kelen schor gezongen. De aftrap vindt plaats, het zingen gaat door.

De man naast me krijgt van alle kanten grote behaarde armen om zijn schouders. De tranen rollen over zijn wangen.

Er hoort een video bij dit verhaaltje om het te verduidelijken.

kleermaker

In een kledingwinkel kijken we een beetje rond. De verkoopster is een goede bekende van mijn vriendin, dus ik kijk niet raar op als die ineens de ‘perfecte jas’ voor haar uit het rek haalt. Ze kent haar een beetje en het is inderdaad een prachtige jas. Hij zit haar als gegoten.

‘Zie je wel! Ik dacht al, wat een geweldige jas,’ blijft de verkoopster de jas aanprijzen. ‘Een bijzonder duur merk, en hier maar honderd euro! En kijk die schnitt. Je ziet dat ie echt door een kleermaker gemaakt is.’

Nu wordt het mijn vriendin wat te veel. ‘Ja, wat had je dan verwacht? Door een slager?’

 

schaap

Ik zit in de metro. Voor mij zitten twee meisjes van een jaar of zestien. Het is vrijdag, ze komen net van school. Ze praten over hun klasgenoten, de leraren en hun vriendjes die moeilijk doen.

Dan blijft het een tijdje stil. Ze kijken voor zich uit naar buiten. Vlak voordat we bij Kralingse Zoom de tunnel in rijden, ziet een van de twee ineens buiten een paar dieren staan grazen.

‘Zo,’ zegt ze. ‘Soms lijkt het me echt flex om een schaap te zijn, hè.’

 

centjes

Afgelopen weekend stapte ik over van een trein van de NS naar een trein van Arriva. Ik checkte uit bij NS en weer in bij Arriva. In de trein zat iemand die dat niet had gedaan ondanks de herhaaldelijke waarschuwingen. Onhandig. Dat vond de conducteur ook. Die legde, onvriendelijk overigens, uit waarom het hele in- en uitcheckcircus elke keer moet plaatsvinden. ‘Arriva wil graag de centjes krijgen die u betaalt over dit traject. Anders krijg ik niet betaald.’ Ik kreeg zin om mezelf expres weer uit te checken. Dan kreeg helemaal niemand mijn centjes. En zeker zij niet.

casino

Of ik naar het strand kwam. En even zijn korte broek meenam. En zijn slippers. Ik zat een uur later in Scheveningen op het strand aan een halve liter bier. De zon ging netjes in zee onder, langzaam gingen alle mensen weg en de meeuwen kwamen.

‘Ik wil naar het casino.’

Ik wist niet zo goed of ik dat durfde. Het casino. Daar kwamen mensen die risico durfden te nemen. Ik wist niet of ik daar al bij hoorde. Daar kwamen mensen die wonnen. En verloren. Ik wist niet of ik dat kon.

Bovendien konden we met onze zandvoeten vast niet naar binnen. Hij ging het toch proberen. Ik ging gewoon met hem mee. En we wonnen vijftig euro.

nederlands

Een Argentijn die Nederlands leert, wil natuurlijk als eerste weten hoe hij scheldt. Ik heb wat scheld-ideeën gegeven en gelogen dat ik niet zo vaak scheld en het dus ook niet goed weet. Zijn persoonlijke favoriet is ‘kut’. Je kunt het overal voorzetten, hij gebruikt het normaal gesproken in het Spaans ook en het is makkelijk uitspreekbaar.

Hij is intussen een paar dagen in Nederland en begrijpt dat het kwik niet boven de 20 graden uit gaat komen en zijn regenjas niet voor niks mee is. Negentig procent van onze gesprekken gaat over het weer. Hij wijst naar boven en vraagt wat het Nederlandse woord voor nubes is. ‘Wolken.’ Hij knikt en kijkt omhoog. ‘Kutwolken,’ bromt hij.