trein

De stap in de overvolle treincoupé was er één om terug te nemen. Hij sloot zijn ogen en zuchtte diep. Toen wurmde hij zich een weg naar het enige vrije plaatsje dat hij gezien had voor hij zijn ogen sloot. Hij liet zich met veel gesteun zakken en plempte zijn tas op zijn schoot. Daaruit haalde hij een map met aantekeningen. Omzichtig ging hij zitten bladeren. Ineens voelde hij een vinger in zijn arm.
Hij trok in een reflex zijn arm naar zich toe en keek geërgerd op. Toen zag hij van wie de vinger was. Hij lachte. Ze lachte wat nerveus terug. Precies zoals hij haar kende.
“Hoe is het?” vroeg hij maar. Zij zat vooral een beetje rond te kijken of het niet vreemd was dat ze met elkaar spraken.
Ze knikte. Dat zou ‘goed’ moeten betekenen.
“Mooi. Mooi zo. Dat vind ik goed om te horen.” Sloeg nergens op, want hij hoorde juist niets.
“En jij?” vroeg ze eindelijk.
“Ja top. Beetje jammer van die volle trein, maar goed, iedereen moet ergens naar toe, he. Verder alles goed ja. Zie je Daan nog?”
Ze tuurde naar beneden. Gevoelig punt. “En Rogier?” ging hij snel verder. Hij wist niet meer zo goed hoe het zat tussen haar en Daan toen hij haar voor het laatst zag, maar hij vond het onverstandig als ze het hier zou vertellen of nog erger: in huilen uit zou barsten.
“Je was ineens weg.”
Hij lachte hardop. “Ja zo zou je het kunnen noemen ja. Ik was ineens van de wereld. Maar kijk, hier ben ik weer.”
Ze zweeg.
“Ja ik heb een beetje een ruige tijd gehad ja, studie ook niet afgemaakt. Maar jij wel?”
Ze glimlachte. “Mooi zo. Mooie cijfers ook?”
“Ja.”
“En nu? Twee kinderen en een hond?” Hij lachte weer. Hard. Zij keek verschrikt om zich heen. Alsof ze hem ging vertellen waar ze 20 kilo heroine had liggen, boog ze zich naar hem toe en fluisterde ze: “Geen hond.”“Okee. Dus wel…?”
Ze knikte weer.
Hij pulkte even in zijn oor en schudde toen de verbazing van zich af.
“We moeten weer eens met het hele groepje afspreken. Wat gaan drinken.” Ze lachte weer zo beschaamd toen ze het zei.
Moeten? “Ja eh… goed idee.”
“Zullen we dan nummers uitwisselen?”
“Ja ehm…” Maas zocht in zijn binnenzak. “Vul maar in, dan bel ik jou en Joris wel. En die neemt Mirjam wel mee. En de anderen natuurlijk.”
Ze keek hem eventjes aan terwijl ze de telefoon aanpakte. “Mirjam en Joris?”
Nu glimlachte hij. “Ja. Die had ik ook niet aan zien komen.”
Ze vulde haar nummer in en gaf de telefoon terug. “Ik moet er hier uit.”
Hij knikte. “Doei.”

Hij keek hoe ze zich langs alle mensen in de trein een weg naar buiten baande. Weinig mensen moesten er hier uit. Afgestudeerd en twee kinderen. Het verbaasde hem bij nader inzien ook weer niet zo erg. Hij kon het meestal niet opbrengen, maar zij was bij alle colleges van het jaar aanwezig. Het verbaasde hem meer dat hij haar hier ineens tegenkwam. Hoe is het mogelijk in zo’n volle trein? Was wel weer een verhaal, als ze elkaar volgende week weer zouden zien, kon ie het vertellen. Toen ze drie jaar geleden voor eerst weer bij elkaar kwamen, had Joris nog wel gevraagd of ze haar ook moesten vragen. Maar niemand had het echt nodig gevonden.

Advertenties

1 thought on “trein”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s